Veilig spelen


Speelgoed

Speelgoed moet in Nederland aan de strenge eisen van de Warenwet voldoen. Het verplichte CE-merk geeft echter geen garantie dat het speelgoed altijd volkomen veilig is. Het assortiment speelgoedartikelen is dermate groot en wisselt zo vaak en snel dat het zeker belangrijk blijft om het speelgoed voor aanschaf nauwkeurig te bekijken. Een aantal aspecten zijn hierbij van belang:

Ftalaten in speelgoed

Hard PVC (plastic) kan zacht gemaakt worden door ftalaten (weekmakers) toe te voegen. Indien babyspeelgoed van zacht PVC, zoals rammelaars en bijtringen, ftalaten bevatten, kunnen tijdens het sabbelen op deze producten schadelijke stoffen vrijkomen die mogelijk kankerverwekkend zijn of nier- en leverproblemen kunnen veroorzaken. Ook kan er sprake zijn van mogelijke hormonale veranderingen die de vruchtbaarheid negatief kunnen beïnvloeden. Daarnaast worden ze in verband gebracht met astma en allergieën.
Gevaarlijke ftalaten mogen tegenwoordig niet meer voorkomen in speelgoed en kinderwaren. Vooral speelgoed waar op gesabbeld wordt, wordt goed beschermd. Zie ook Wet- en regelgeving

Kleine onderdelen

Kleine onderdelen, balletjes en zuignapjes kunnen bij jonge kinderen verstikkingsgevaar opleveren. Er zijn eisen voor kleine onderdelen en speciale eisen voor kleine ballen en zuignapjes. Speelgoed bestemd voor kinderen jonger dan 36 maanden mag geen kleine onderdelen bevatten. Er mogen ook geen kleine onderdelen vanaf getrokken kunnen worden of vanaf breken als het speelgoed valt. Deze eis houdt in dat losse onderdelen in elke richting groter moeten zijn dan 3,17 cm of dat langwerpige onderdelen langer zijn dan 5,71 cm.
Ballen en zuignapjes moeten aan andere eisen voldoen, omdat deze het bovenste gedeelte van de luchtpijp en het achterste gedeelte van de mond kunnen blokkeren.Hierdoor kunnen kinderen stikken. Alleen ventilatiegaten zijn niet voldoende om verstikking te voorkomen. Daarom moeten de ballen en zuignapjes zo groot zijn dat ze de luchtpijp niet kunnen blokkeren. Dit is groter dan 4,45 cm. Denk hierbij niet alleen aan zuignapjes aan speelgoed, maar ook aan bijvoorbeeld zonneschermen in auto's.

Knoopcelbatterijen

Een knoopcelbatterij is een klein plat batterijtje in een metalen busje met dekseltje. Er bestaan verschillende soorten knoopcellen in diverse afmetingen. Dit soort batterijtjes wordt de laatste jaren steeds meer gebruikt in elektronisch speelgoed. Als een kind per ongeluk een knoopcel inslikt, kan deze in de slokdarm blijven steken. Door aanraking met de vochtige slijmvliezen kan een elektrisch stroompje ontstaan en dit kan ernstige, soms zelfs fatale, schade aanrichten.
Daarom een dringend advies om knoopcelbatterijen niet te laten slingeren. Bewaar ze altijd buiten het bereik van (kleine) kinderen in de originele verpakking. Controleer bij het speelgoed van je kind regelmatig of de batterijtjes er niet uitgehaald kunnen worden. En gooi gebruikte batterijen direct weg als chemisch afval in de speciale batterijcontainers.

Magnetisch speelgoed

Speelgoed met magneten vormt een relatief nieuw risico, omdat de magneten de laatste jaren kleiner en krachtiger zijn geworden, en bovendien gemakkelijker kunnen loslaten. Als kinderen van speelgoed losgeraakte magneten inslikken kunnen deze in het lichaam van het kind elkaar aantrekken en daardoor ernstig of zelfs dodelijk letsel (darmperforatie) veroorzaken. Dit kan dus alleen gebeuren indien meer dan één
magneet (of één magneet en iets van metaal) ingeslikt wordt.

Kooptips speelgoed

  • Let op de waarschuwing: niet geschikt voor kinderen beneden drie jaar. De leeftijd van het kind is bepalend voor de grootte van het speelgoed. Kleine stukken speelgoed en losse onderdeeltjes zijn voor baby's en peuters gevaarlijk, ze stoppen namelijk alles in hun mond.
  • Koop geen speelgoed bestemd voor kinderen beneden de drie jaar dat touwtjes, koordjes of daarmee vergelijkbaar materiaal heeft en waarvan de voor het kind bereikbare uiteinden langer dan 22 cm zijn (een kind kan zich daaraan ophangen).
  • Koop geen speelgoed met harde geluiden voor jonge kinderen die hier nog niet mee om kunnen gaan. Vooral als het product dicht bij het oor gehouden wordt, kan gehoorschade ontstaan. Probeer dit soort speelgoed altijd uit, voordat je het koopt.
  • Koop goed afgewerkt speelgoed: scherpe randen, hoeken en punten aan speelgoed zijn taboe. Controleer of de vingertjes niet beklemd kunnen raken.
  • Koop goed hout: houten speelgoed mag niet splinteren, beukenhout is wat dat betreft beter dan vurenhout. Houten speelgoed mag niet gespijkerd zijn. Geschroefd mag wel, mits de schroef verzonken is. Gelijmd is het veiligst.
  • Koop goed plastic: plastic mag niet breken. Na een breuk zijn de randen vaak vlijmscherp.
  • Koop nieuwe bijtringen, rammelaars en spenen. Bijtringen, rammelaars en spenen die voor 2000 gekocht zijn, kunnen te grote hoeveelheden weekmakers bevatten en dit kan schadelijk zijn voor de gezondheid. Sinds 1999 is er speciale wetgeving voor in Nederland. In de 2007 zijn de eisen strenger geworden, bepaalde weekmakers mogen helemaal niet meer voorkomen in sabbelspeelgoed.
  • Vraag de verkoper de verpakking te openen of een voorbeeldexemplaar te laten zien als het speelgoed niet goed bekeken kan worden.

Gebruikstips speelgoed

  • Controleer het speelgoed van je jonge kinderen regelmatig en gooi het weg als het kapot is. Losse onderdelen met een doorsnede kleiner dan 3,5 cm kunnen verstikkingsgevaar opleveren voor kinderen beneden de drie jaar.
  • Controleer speelgoed waar magneetjes in zitten regelmatig of deze magneetjes goed vastzitten. Het inslikken van meerdere magneetjes kan zeer gevaarlijk zijn.
  • Laat jonge kinderen niet alleen met (onopgeblazen) ballonnen spelen in verband met verstikkingsgevaar.
  • Laat kinderen geen speelgoed met harde geluiden dicht tegen het oor aanhouden.
  • Leer je kind om speelgoed na gebruik op te ruimen. Je kind zou niet de eerste zijn die over rondslingerend speelgoed struikelt. Leg daarom ook nooit speelgoed op de trap.
  • Zorg dat kleine kinderen apart van de grotere spelen. De groten kunnen bijvoorbeeld aan de tafel spelen, zodat de kleintjes er niet bij kunnen.
  • Als er speelgoed is waar de jongste echt niet aan mag komen, laat de oudste er dan mee spelen als de jongste naar bed is.
  • Als groot en klein samenspelen, dan met speelgoed van de jongste of speel zelf mee.
  • Laat grotere kinderen hun speelgoed na gebruik goed opruimen.

Bron: Veiligheid.nl