Fysiologie en melkaanbod

Soms hebben moeders het gevoel dat hun baby de borst helemaal heeft leeggedronken en lijkt er geen melk meer beschikbaar, terwijl de baby nog wel wil drinken.
Als je weet dat er constant nieuwe melk wordt aangemaakt in de melkkliertjes, zul je je baby vol vertrouwen weer de borst geven, zelfs al voelt die borst ‘leeg’ aan.
Het legen van de borst houdt de melkproductie op gang.

Oxytocine

Het drinken van de baby aan de borst zorgt ervoor dat de hersenen van de moeder het hormoon oxytocine afgeven. Oxytocine zorgt ervoor dat de spiercellen rondom de melkklieren samentrekken waardoor de melk in de melkkanaaltjes wordt gestuwd richting de tepel: de toeschietreflex.

Toeschietreflex

Sommige moeders ervaren het als een tinteling of een toeschietend gevoel in de borst – vandaar de naam toeschietreflex. Door de toeschietreflex worden de melkkliertjes geleegd en komt er melk beschikbaar voor de baby. Als de melkkliertjes leeg zijn, reageren ze door meer melk aan te maken.

Feedback Inhibitor of Lactation (FIL)

Recent onderzoek lijkt uit te wijzen dat de melkproductie gecontroleerd wordt door een bepaald eiwit in de melk, de zg. “feedback inhibitor of lactation” (FIL). Als er (te)veel melk is in de borst tussen de voedingen door, dan remt dit eiwit de melkaanmaak in de melkklieren. Als de melk uit de borst wordt gehaald worden de melkklieren weer actief en gaan ze weer melk maken. Daarom is het belangrijk om vaak te voeden en de baby te stimuleren de borst zoveel mogelijk leeg te drinken om een optimaal aanbod van melk te garanderen.

Klierweefsel

Een ander aspect gerelateerd aan het melkaanbod is de hoeveelheid klierweefsel in de borst. Dat is per vrouw en per borst verschillend. Toch zijn nagenoeg alle vrouwen in staat (ruim) voldoende melk te produceren voor hun baby. Wel is het zo dat het hebben van meer of minder klierweefsel gevolgen kan hebben voor hoe vaak je moet voeden om in de behoefte van je baby te voorzien. Vrouwen met veel klierweefsel kunnen soms toe met minder voedingen, terwijl vrouwen met minder klierweefsel vaker moeten voeden. Dit komt omdat hun borsten sneller weer vol zijn en het FIL dan dus eerder actief wordt. Bovendien vormen (over)volle borsten een risicofactor voor verstopte melkkanaaltjes. Vaak voeden is dus niet alleen goed voor de melkproductie, het helpt ook verstoppingen en ontstekingen voorkomen, en het voorziet in de grote zuigbehoefte van de baby.

Wachten op 'volle' borsten?

Moet je weten hoeveel melk je borsten kunnen bevatten om te bepalen hoe vaak je je baby moet voeden? Nee. Een gezonde baby met een goede drinktechniek drinkt precies zoveel melk als hij nodig heeft zonder dat je als moeder hoeft stil te staan bij hoe het allemaal werkt. Maar weten hoe het werkt kan je wel helpen bij het oplossen van eventuele problemen met je melkproductie. Het werpt ook een interessant licht op de vele fabeltjes en misverstanden die nog steeds bestaan over borstvoeding. Je hoeft bijvoorbeeld helemaal niet te wachten tot je borsten ‘vol’ zijn voordat je kunt voeden – er is altijd melk voor je baby. Als je baby honger heeft of een groeispurt doormaakt, zal vaker aanleggen vrijwel direct je melkproductie opvoeren.

Wist je dat...


Het borstweefsel van een pasgeborene, onder invloed van de hormonen die hij van zijn moeder via de placenta heeft meegekregen, kleine beetjes melk kan produceren? Deze melk wordt ook wel ‘heksenmelk’ genoemd. Vroeger dacht men namelijk dat deze baby’s behekst waren.