Lactatie (Melkproductie proces)

Groei van de borsten

Zwangerschapshormonen zoals oestrogeen, progesteron en prolactine zorgen ervoor dat er allerlei ingewikkelde veranderingen plaatsvinden in de borst, als voorbereiding van het lichaam op het geven van borstvoeding.
De eerste en meest duidelijke verandering die zwangere vrouwen opvalt is de groei van de borsten. Tijdens het eerste trimester van de zwangerschap neemt het aantal melkkanaaltjes en melkkliertjes in de borst snel toe, en de borsten zijn vaak gevoelig.

Lactogenese

Lactogenese is de term waarmee men het begin van de lactatie (het melkproducerende proces) aanduidt. Lactogenese bestaat uit drie fases.

Lactogenese I

Lactogenese I begint ongeveer 12 weken voor de bevalling, als de borsten colostrum gaan afscheiden. Het volume van de borsten neemt nog meer toe doordat de melkklieren zich vullen met colostrum. Maar het hoge progesterongehalte in het bloed (progesteron is het hormoon dat de placenta afscheidt om de zwangerschap in stand te houden) van de moeder houdt de eigenlijke start van de melkproductie tegen tot na de geboorte.

Lactogenese II

Lactogenese II begint na de geboorte van de placenta. Hierdoor daalt het progesterongehalte en krijgt het hormoon prolactine vrij spel. Twee tot drie dagen na de bevalling komt de eigenlijke melkproductie op gang. De hoeveelheid melk neemt snel toe en de samenstelling verandert geleidelijk van colostrum naar rijpe moedermelk. Sodium, chloride, en eiwitgehaltes nemen af, en het lactosegehalte en andere voedingsstoffen nemen toe. De kleur verandert geleidelijk van goudgeel naar blauwwit. Omdat dit proces wordt geregeld door hormonen, gaan de borsten melk produceren – of een vrouw nu borstvoeding geeft of niet.

Nu is het belangrijk vaak te voeden (of af te kolven als de baby nog niet goed aan de borst drinkt). Vaak voeden in de eerste week na de geboorte doet het aantal prolactinereceptoren in de borst toenemen. Receptoren kunnen een specifiek hormoon herkennen en erop reageren. Meer prolactinereceptoren betekent dat de borst gevoeliger is voor prolactine. Volgens onderzoekers is dit van belang voor de hoeveelheid melk die een moeder kan produceren in de volgende fase van de lactogenese.

Lactogenese III

Lactogenese III wordt ook wel galactopoiese genoemd: het op gang zijn van een volwaardige melkproductie. In deze fase schakelt de melkproductie over van voornamelijk endocrien (hormoon) gestuurd naar voornamelijk autocrien (plaatselijk) gestuurd. Dit betekent dat het op gang houden van de melkproductie niet meer zozeer wordt bepaald door de hormonen die in het bloed circuleren, maar door het steeds weer ‘legen’ van de borst. Het vraag-aanbodprincipe gaat gelden. Hoe vaker een moeder voedt, hoe meer melk ze zal maken. Hoe minder vaak ze voedt, hoe minder melk ze zal maken.